Weetjes

Céruseren  Bleken Patineren Vergrijzen  Roken  Stomen

Céruseren, bleken, patineren, vergrijzen, roken, stomen, verzuren, logen, marcoteren, zijn termen die door de leek vaak door elkaar gebruikt worden. Het is uiterst belangrijk te weten te komen wat de klant bedoelt.

 

Céruseren: De nerven worden met een messing– of nikkelborstel (géén ferro-metalen wegens oxidatievlekken) uitgeborsteld. Het zacht hout verdwijnt en een reliëf ontstaat. Na een eventuele kleuring wordt het oppervlak voorzien van een grondering (eerste vernislaag) waarover na droging een kalkpasta wordt aangebracht. Na het schuren met fijne staalwol of scotchbrite blijft deze pasta in de diepe nerven achter. De volgende vernislagen fixeren dan het geheel. Ook de kalkpasta kan gekleurd zijn, zodat het vaak een monnikenwerk is om de juiste opbouw te achterhalen. Het resultaat is een sterk contrasterende nerftekening. Zie ook “marcoteren”. De historiek van het céruseren situeert zich in de 17de eeuw, toen belastingen werden opgelegd aan gebruikers van eikenhout: voornamelijk de kerken waren grote afnemers. Om de belasting te omzeilen, schilderde men de eiken banken met kalkverf. Wanneer de controles door de overheid gepasseerd waren, schuurde men de verf er weer af, waarna de nerven (uitgebeten door het calciumoxide) wit bleven.

 

Bleken:Houtsoorten die looizuren bevatten, kunnen gebleekt worden. Looizuren (tannines) geven aan deze houtsoorten hun bruine kleur. Ook rode wijn bevat tannines, vanwege de druif, maar ook wegens de rijping in eiken vaten.  Bleken gebeurt chemisch. Let wel, vaak ziet het hout (vooral eiken en noten) er na chemische bleking nogal verweerd uit, zie “verzuring” en “vergrijzing”. Let ook op de spijkers die in een bestaande houten vloer aanwezig zijn: tal van bleekmiddelen, maar ook looizuur zelf veroorzaken  het verschijnen van zwart ijzeroxide wanneer in contact gebracht met ferro-metalen.

 

Patineren:Het woord “patina” is Grieks voor schotel. In de oudheid werden bronzen schotels gebruikt, die door oxidatie een diep-bruine tot bronsgroene schijn gingen vertonen. Deze schotels werden regelmatig afgewassen met water, maar wegens gebrek aan huishoudelijke schuur– en ontvettingsmiddelen, zoals wij die nu ter beschikking hebben in de keuken, stapelden de oxides zich op in de dieper gelegen delen van het voorwerp. Later werd dit effect “patina” genoemd, vandaar patineren. Patineren heeft weinig zin op een vlakke ondergrond.

 

Vergrijzen: Zoals hierboven reeds aangehaald, vertonen looizuurhoudende houtsoorten een verweerd uiterlijk wanneer de looizuren eruit verwijderd worden. Een oude eiken paal in een weide of een stuk hout dat op het strand is aangespoeld, heeft een specifieke grijze kleur. Dit is het resultaat van diverse factoren: de looizuren zijn er deels uitgespoeld, de felle zon heeft de lignine (bouwstof van hout) afgebroken, en in het geval van de   plank op zee, hebben combinaties van allerhande zouten en mineralen de restjes er letterlijk “uitgebeten”. Het woord beits komt trouwens uit de  Franse textielindustrie in de renaissance, waar bijtende stoffen (mordants) gebruikt werden om kleurstoffen op katoen (ook een houtproduct) te fixeren. Zo voegde moeder vroeger wat azijn toe aan het mengsel waarmee ze de jurk van zus een andere kleur ging geven. Denk ook eens aan het bleek worden van blond haar door inwerking van zonlicht en zeelucht (jodium). Denk ook eens aan historische monumenten waarop zure    regen een destructief effect heeft. Zie ook “logen”. Het vergrijzen van Cederhout is ook zo’n typisch fenomeen, door de weersomstandigheden worden het pineen, en de etherische oliën, die naaldhout zijn kenmerkende geur geven, weggewassen of door u.v. licht afgebroken.

 

Roken:  Vergelijkbaar met bleken, wordt in het “rookproces” iets gedaan met de looizuren in het hout. Ze worden in dit geval niet geneutraliseerd, maar er treedt een chemische reactie op die ze doet verkleuren. Vroeger ging de schrijnwerker met zijn nieuwe kast naar de plaatselijke boerderij, alwaar hij het meubel, afgedekt met een zeil, enkele dagen boven de beerput liet staan. De dampen uit het mengsel zorgden voor een “gerookte look”, die in combinatie met de boenwas die er overheen kwam, het gewenste effect gaf. Na het schuren van een geplaatste houten vloer, worden schalen met ammoniakmengsels in de ruimte gezet om een gerookt uitzicht te bekomen. Sinds Williams & Koch in 2006 met Branton C3 op de proppen kwam, is er een volwaardig en milieuvriendelijk alternatief.

 

Stomen:Stomen van hout veroorzaakt het opstijgen van inhoudsstoffen in de cellen van het hout. Meestal varieert het resultaat van honingkleur (beuk) tot bloedrood (afzelia, meranti, …). Stomen wordt dan ook toegepast om bepaalde inhoudsstoffen uit houtsoorten te verwijderen, wanneer het verschijnsel “uitbloeden” niet gewenst is. Dit doet zich voor bij zeer veel tropische houtsoorten, een nachtmerrie voor menig ramenschilder. Tijdens het vervaardigen van fineer wordt het hout vaak gestoomd, soms zelfs gekookt, om het zacht te maken voor de snijding . Bovendien kan men de fineer dikker “schillen” in natte toestand, om na droging een dunner vel te bekomen. Helaas worden hierdoor ook looizuren    uitgespoeld. Dit is de reden waarom dunne fineer  van tropische hardhoutsoorten een bleker resultaat geeft wanneer beits wordt toegepast.

 

Verzuren:Allerlei zuren reageren met stoffen in het hout, met uiteenlopende resultaten, gaande van wit-grijs tot staal-blauw . Ook basen (tegengestelde van zuren) kunnen gebruikt worden: dit noemt men “verzepen” of “logen”. Het Franse woord voor loog is “la lessive”, in het Nederlands “de was”. Dit geeft een aanduiding  aangaande de historische context van het procédé. Diverse wasmiddelen bevatten basen. Men spreekt soms van “De Scandinavische methode”, wanneer de houten vloer met niets anders dan natuurzeep wordt onderhouden.

 

Marcoteren:Hetzelfde effect als céruseren, maar de uitgeborstelde nerven worden eerst gevuld met (vaak synthetische) primer, waarop de beits geen effect heeft. Dit procédé wordt bvb. toegepast op naaldhout dat gezandstraald is, en geeft uiteenlopende combinatiemogelijkheden.

 

 

Verzepen: Er is een groot misverstand rond het begrip verzepen. Scheikundig gezien houdt dit in dat vetten of oliën door alkalische werking afgebroken worden, zeep is een ontvettend product. Je kan zondermeer stellen dat olie en zeep niet samengaan, denk bvb aan de klassieke olieverf, die mettertijd verzeepte en haar beschermende eigenschappen verloor. Het resultaat van een ge-oliede vloer, behandeld met zeep, is een dof,  uiterst kwetsbaar en vuilgevoelig oppervlak. In koude gebieden, bvb Scandinavië,waar de relatieve luchtvochtigheid veel lager is dan bij ons, heerst een lange traditie van met zeep (of loog) behandelde naaldhoutoppervlakken. In deze houtsoorten zitten natuurlijke harsen die zich heel anders gedragen dan de olie die wij kennen om hout te beschermen. Zeep als vloerafwerking kan alleen op naaldhout, bovendien slechts bij een constant lage luchtvochtigheid. Wanneer toegepast in vochtige streken, bvb België, gaat door het hygroscopisch karakter van de zeep, het luchtvocht door het oppervlak aangetrokken worden waardoor stof en vuil er zich beter in kan vastzetten, met alle bekende klachten als gevolg. Nu is het zo, dat in het teken van moderne interieurconcepten vaak alle glans uit de inrichting geweerd wordt en men de uitstraling van een perfect mat vloeroppervlak nastreeft. Daarnaast heeft het logend karakter van zeep een invloed op het looizuur in het eikenhout, waardoor de kleur verandert (zie vergrijzen), en het is net dié kleur die de laatste jaren zeer gegeerd is. Deze aspecten (mat en grijs) zijn in dit olieverhaal in feite nevenverschijnselen van een verkeerd behandelde eiken vloer. Wat nu? Wel, wanneer we de beschermende functie van olie willen, moet de bovenste laag olie zijn, of tenminste een vochtafstotend product. Zeep trekt vocht aan, en is dus geen optie.

 

Het bedrijf Faxe (oorspronkelijk Deens fabrikant van houtloog) heeft hiervoor een unieke oplossing bedacht: na het drogen (oxideren) van de olie wordt deze voorzien van een vochtwerende bescherming (Faxe Oil-care) die in hoge mate resistent is tegen zepen.

Voor meer info, ga naar de Faxe-pagina.

 

?

Klik op de trefwoorden voor meer weetjes over:

 

Olie   Teak, Ceder  Tips  Céruseren, Bleken, Patineren, Vergrijzen, Roken, Stomen

Goed opletten tijdens de keuze van afwerking! Chemische bleking of veroudering laat soms reststoffen (zouten bvb.) achter in het hout. Laat bij twijfel minimum 48 uur uitwerken of spoel het oppervlak na alvorens af te vernissen of te oliën. Gebruik in dit geval nooit vernissoorten met ingebouwde verharder (zgn. ééncomponent-systeem), want er treedt onmiddellijk vergeling op. (Alle houtsoorten)